Op Het Glazen Kind volgen we vier brussen en we stellen ze graag aan je voor. Vandaag is het de beurt aan Sam Visser. Sam is 17 jaar en zijn zus Rosa (20) is blind en heeft een verstandelijke beperking. Samen met hun ouders Mieke (50) en Joris (53) wonen ze in een eengezinswoning in Houten. Maak kennis met Sam en ontdek hoe hij zijn thuissituatie ervaart.

“Als ik door het centrum van Houten loop met Rosa kijkt iedereen altijd vol medelijden naar ons. Soms vraag ik me af waarom ze altijd zo kijken. Ik weet zelf niet beter. Ze gebruikt normaal altijd haar blindenstok, maar soms wil ze even zonder lopen. Daarom begeleid ik haar soms tijdens het wandelen. Hier weet mijn moeder niets van, dat zou ze niet goed vinden.

Vaak wandelen we langs de skateparken in de stad. Hier zie ik dan vrienden van school chillen met energyblikjes en chips. Ik ben daar zelf nooit bij. Die vrienden vragen weleens of ik het niet vervelend vind dat ik altijd voor Rosa moet zorgen. Daar dacht ik eigenlijk nooit over na. Voor mij was het gewoon normaal. Misschien zou ik me zelfs vervelen als ik iedere dag alleen maar aan het hangen was.

Rosa is blind en verstandelijk gehandicapt. Ze is officieel drie jaar ouder dan ik, maar zo voelt dat niet. Een combinatie van deze twee beperkingen zorgt ervoor dat mijn zus nooit zelfstandig weg kan. Mijn vader werkt, maar mijn moeder is thuis om voor Rosa te zorgen. Hier is ze dan ook dag en nacht mee bezig. In mijn vrije tijd help ik mijn moeder. Soms help ik met Rosa, doordat ik met haar ga wandelen of leuke dingen (voor haar) ga doen, maar meestal help ik met klusjes in het huishouden. Hier heb ik vaak echt geen zin in, maar ik heb geen keuze. Mijn moeder heeft haar handen vol aan Rosa, en anders hebben we ’s avonds geen eten of een ranzig huis.

“Hier heb ik vaak echt geen zin in, maar ik heb geen keuze”


Ik was 15 jaar toen Rosa uit huis werd geplaatst. De zorg was te zwaar geworden voor mijn moeder en ze kreeg last van haar eigen gezondheid. Daarom besloten mijn ouders om Rosa in een kliniek te brengen waar ze intensieve therapieën zou krijgen. Het doel was nooit om haar te genezen, want we wisten dat dit niet mogelijk was. Mijn ouders hoopte vooral dat haar zelfstandigheid hier zou groeien, en daarnaast had mijn moeder de tijd nodig om zelf bij te komen.

Ik weet nog als de dag van gisteren dat we haar wegbrachten naar de kliniek. Ik voelde me dubbel. Heel verdrietig, maar tegelijkertijd ook ontzettend opgelucht. Op de terugweg ging ik meteen ergens lunchen met mijn ouders. Ik kon allerlei dingen vertellen over mezelf: over school en voetbal. Het voelde zo goed dat ze eindelijk de volle aandacht hadden om naar mijn verhalen te luisteren.

Na het lunchen bedacht mijn vader spontaan om samen te gaan voetballen. Ik voelde me op dat moment als een kind zo blij. Ik volg de voetbaluitslagen altijd via mijn telefoon, en ik vind het ook heel leuk om naar te kijken. Helaas heb ik zelf vaak weinig tijd om te voetballen. Samen met mijn vader lukte helaas al zeker niet. Ik krijg meteen weer een grijns van oor tot oor als ik eraan terugdenk, het was echt een hele leuke dag.

Na dit half jaar kwam Rosa weer thuis. Ik was heel blij om haar weer om me heen te hebben, want ik had haar wel gemist. Helaas voelde het op dat moment wel alsof dat half jaar zonder haar nooit gebeurd was. De standaard routine thuis begon weer. Ik ging naar school en na school hielp ik mijn moeder met klusjes in het huishouden. Er was geen tijd meer om te voetballen en mijn verhalen werden altijd halverwege afgebroken. Ik weet heus wel dat mijn ouders dat niet expres doen, maar het besef van de situatie kwam toen pas binnen.

“Het was zo’n groot verschil zonder Rosa thuis.”

Het was zo’n groot verschil zonder Rosa thuis. Dat verschil was ik me eerder nooit van bewust. We praten thuis weinig over de situatie, het was nou eenmaal zo. Ik had hier – dacht ik – vrede mee, maar dat gevoel bracht ik daarna in twijfel. Ik kreeg een raar gevoel in mijn buik als ik thuis was. Nu voel ik me soms rot over de situatie thuis, maar daarna voel ik me meteen schuldig over mijn eigen gevoel. Ik heb het niet zwaar, ik ben tenslotte gewoon gezond – denk ik dan. Ik pas me weer aan om mijn moeder en Rosa zo goed mogelijk te ondersteunen, maar ik mis de dagen met mijn ouders alleen iedere dag.”

De persoon Sam Visser is fictief, maar zijn karakter is gebaseerd op echte ervaringen. Dit geldt ook voor andere personen genoemd in zijn verhaal.